De Vlaamse erfbelasting is sinds 1 januari 2026 grondig hervormd, met duidelijke gevolgen voor de vastgoedmarkt. De aangepaste tarieven en vrijstellingen wijzigen de fiscale spelregels rond het aanhouden en overdragen van vastgoed. Voor investeerders wint de juridische en financiële context daardoor verder aan belang. In een markt waar vastgoed vaak over generaties wordt aangehouden, spelen langetermijnstrategie, timing en kwaliteit een steeds grotere rol.
Vastgoed vormt de ruggengraat van het vermogen van Vlaamse gezinnen. Volgens de Nationale Bank is ongeveer 70 procent van dat vermogen ondergebracht in onroerend goed. Erfenissen bestaan dus zelden uit liquide middelen, maar meestal uit woningen of appartementen. Omdat vastgoed zo’n belangrijk onderdeel vormt van het gezinsvermogen, hebben wijzigingen in de erfbelasting ook invloed op de manier waarop mensen naar vastgoed kijken: niet alleen als woonplaats, maar ook als investering die vaak over meerdere generaties wordt aangehouden. Projecten als Sint-Pieterspoort, met energiezuinige nieuwbouw op een strategische locatie binnen de herontwikkeling van de stationsomgeving van Gent, sluiten aan bij die langetermijnvisie.
Lagere tarieven, aangepaste spelregels
Vanaf 2026 past Vlaanderen de erfbelasting tussen partners en kinderen aan binnen het bestaande systeem van schijven van 3, 9 en 27 procent. Vooral de middenschijf wordt verlicht: op het deel van de erfenis tussen 50.000 en 150.000 euro geldt voortaan een tarief van 3 procent. De gezinswoning blijft volledig vrijgesteld, terwijl de voetvrijstelling voor de langstlevende partner op roerende goederen stijgt tot 75.000 euro. Samen verlagen deze maatregelen de fiscale druk op veel nalatenschappen waarin vastgoed centraal staat.
Wat betekent dat concreet? Stel dat een erfgenaam een appartement erft met een belastbare waarde van 300.000 euro. Door de lagere belasting op de middenschijf daalt de verschuldigde erfbelasting met ongeveer 6.000 euro ten opzichte van de situatie vóór de hervorming. Dat verschil ontstaat louter door de aangepaste tarieven, zonder dat het vastgoed zelf verandert. De hervorming vertaalt zich zo in een reële financiële marge op het moment van vererving.
Minder druk, meer strategische ruimte
Die lagere belastingdruk vermindert de noodzaak om vastgoed snel te verkopen om fiscale redenen. Erfgenamen krijgen meer ruimte om hun strategie te bepalen: het pand aanhouden, verhuren, renoveren of pas later verkopen. Voor investeerders verschuift de aandacht daardoor nog sterker naar de intrinsieke kwaliteiten van een vastgoedproject. Een duurzame nieuwbouwontwikkeling op een toplocatie, met een uitstekende bereikbaarheid en een toekomstgerichte buurtontwikkeling, biedt daarbij duidelijke troeven.
De hervorming beïnvloedt ook bredere vermogens- en investeringsstrategieën. Bepaalde schenkingsconstructies verliezen aan aantrekkelijkheid nu het fiscale verschil kleiner wordt, waardoor vastgoed opnieuw vaker via erfenis wordt overgedragen. Tegelijk worden andere fiscale regels strenger toegepast, zoals het verstrengde 2%-registratietarief voor de enige eigen woning, dat gesplitste aankopen uitsluit. In die context worden structuur, timing en langetermijnvisie steeds belangrijker.
Langetermijnimpact op het investeringsklimaat
Voor investeerders betekent dit een markt waarin beslissingen minder door fiscale urgentie en meer door rendement en kwaliteit worden gestuurd. Vastgoed dat toekomstbestendig is, goed gelegen en energetisch performant, sluit beter aan bij eigenaars die niet onder onmiddellijke verkoopdruk staan. Sint-Pieterspoort sluit perfect aan bij die evolutie. Dankzij de combinatie van duurzame architectuur, energiezuinige appartementen, een uitstekende bereikbaarheid en de verdere herontwikkeling van de stationsomgeving is het een project dat inspeelt op de woonbehoeften van morgen én op de verwachtingen van investeerders die kiezen voor kwaliteit en een langetermijnvisie.