Aan het Gent-Sint-Pietersstation verrijzen met Sint-Pieterspoort twee woontorens van OFFICE Kersten Geers David Van Severen. Het architectenbureau koos niet voor twee afzonderlijke torens die elk om aandacht vragen, maar voor een geheel waarin ook de plek ertussen een hoofdrol krijgt. David Van Severen vat het oorspronkelijke concept samen: “We wilden twee identieke torens ontwerpen, die een plein tussenin maken. En ook een robuuste structuur neerzetten aan het Sint-Pietersstation.”
Op deze opvallende plek wilde OFFICE twee herkenbare gebouwen creëren zonder ze nadrukkelijk op de voorgrond te plaatsen. Door hun positie verandert bovendien voortdurend wat je vanuit de stad te zien krijgt. “Voor ons was het heel belangrijk dat die twee woongebouwen een ingetogen, pure en materiële aanwezigheid hebben.”, zegt Kersten Geers. “Soms zie je er maar één, want de ene verbergt de andere. Plotseling zie je er twee en voel je dat er een soort relatie ontstaat.”
Twee torens maken een plein
Het masterplan dat de stad Gent liet uitwerken legde een aantal uitgangspunten vast, maar OFFICE zag binnen dat kader kansen om de ruimte rond de gebouwen anders in te richten. “Door de beslissing om de torens niet met elkaar te verbinden, kon er tussen beide een plein ontstaan”, zegt David Van Severen. “Dit zijn opportuniteiten binnen een masterplan die je kan uitspelen om meer open ruimte te maken, meer groen te voorzien”

“Door de torens niet met elkaar te verbinden, kon er een plein ontstaan” — David Van Severen, architect
Ook de hoogte lag niet van meet af aan vast. Na overleg met de buurt evolueerde het voorstel van twee torens van tachtig meter naar de twee exemplaren van zestig meter die nu worden gebouwd. Geers koppelt die evolutie aan een bredere vraag over wat hoogbouw voor een stad kan betekenen: “Kan je het silhouet, het zoeken van aandacht door de hoogte in te gaan, combineren met een genereus gebaar op de begane grond? Kan je bij wijze van spreken “nemen” — want ik denk dat een toren altijd een beetje neemt — en tegelijkertijd ook “geven”?”
Een zichtbaar geraamte
De bestaande parkeergarage onder de site leverde letterlijk de maatvoering voor wat erboven kwam. Het patroon van kolommen om de 8,10 meter werd naar boven doorgetrokken en bepaalt hoe de torens zijn opgebouwd. Die opbouw wordt niet achter een extra bekleding verstopt. “De kolommen en de verschillende verdiepingen hebben we zichtbaar gemaakt”, legt Van Severen uit. “What you see is what you get. Het is een soort grote kast, waarin verschillende manieren van wonen zich kunnen afspelen.”

“We maken robuuste gebouwen die op tien, twintig, dertig manieren kunnen worden ingevuld.” – Kersten Geers, architect
Die aanpak beperkt niet alleen het aantal afwerkingslagen, maar moet vooral toelaten dat het complex doorheen de tijd anders kan worden gebruikt. Duurzaamheid heeft voor de architecten daarom ook te maken met een gebouw dat veranderingen aankan. “We maken robuuste gebouwen. Gebouwen die op tien, twintig, dertig manieren kunnen worden ingevuld en hopelijk nog altijd dezelfde gebouwen blijven”, zegt Geers. “Soms wordt een beetje vergeten: hoe maak je iets dat veertig jaar later niet moet worden afgebroken?”
Vrijheid binnen een vast kader
Wat aan de buitenkant consequent en regelmatig oogt, biedt binnenin juist veel vrijheid. De delen die het gebouw dragen, bevinden zich in het midden en aan de buitenkant. Daardoor kan de ruimte ertussen later anders worden ingedeeld en kunnen appartementen eventueel worden samengevoegd. Geers beschrijft het resultaat als “een extreme vorm van vrijheid en flexibiliteit”. Hij verduidelijkt: “In feite zit de dragende structuur alleen in het hart en aan de buitenkant. Alles wat daartussen zit is compleet open. Zo bewoon je in feite een plateau.”

“Je kan vanuit iedere kamer naar buiten lopen” — David Van Severen
Aan de buitenkant wordt die vrijheid aangevuld met terrassen rondom de appartementen en grotere, meer beschutte verblijfsplekken. Daardoor is contact met buiten niet beperkt tot de woonkamer of één zijde van het appartement. “Je kunt eigenlijk vanuit iedere kamer – slaapkamer, keuken, living – naar buiten lopen”, zegt Van Severen. “Die relatie tussen de buitenstructuur, de terrassen en de appartementen zelf in een heel eenvoudig gebouw maakt enorm veel verschillende manieren van leven mogelijk.”
Wonen boven de stad
Een opvallend onderdeel van die manier van wonen begint al bij het binnenkomen. In plaats van honderden fietsen te moeten onderbrengen in een grote stalling beneden, zijn de liften erop voorzien dat bewoners hun fiets meenemen tot op de verdieping van hun appartement. Geers verbindt dat praktische principe met de ervaring van het leven boven de stad: “Sint-Pieterspoort is een nieuwe manier van wonen in een toren. Op een open, luchtige en vrije manier. Met de fiets aan de deur, met het zicht op de stad.”
“Dit is een nieuwe manier van wonen in een toren” — Kersten Geers
Wat bewoners zien, verandert daarbij van verdieping tot verdieping. Aan de ene kant liggen de historische binnenstad en haar torens, aan de andere het Miljoenenkwartier, de Blaarmeersen en het groen achter het station. Voor Van Severen is precies die combinatie een kwaliteit die wonen in de hoogte hier kan bieden: “Die 360 graden gezien vanuit het Sint-Pietersstation: dat is een ongelooflijke plek om te kunnen wonen in de lucht in Gent.” Zo krijgt de stationsomgeving er niet alleen twee herkenbare gebouwen bij, maar ook een manier van wonen die een unieke blik op de stad mogelijk maakt.